De Figuur Pierlala


Waar en wanneer werd Pierlala geboren ?

Op het eerste deel van deze vraag is men te Ursel heel duidelijk: Pierlala is geboren op de Katerhoek (op de hoek van de Pierlalawegel en de Ijzeren Hand ) en heeft er ook zijn jeugd doorgebracht. Bovendien kent men sinds mensenheugenis geen enkele andere plaats buiten Ursel waar men kermis viert rond het individu " Pierlala ". Alles draait rond de figuur zoals beschreven in het oude volkslied:

Kom hier al bij, aanhoort dees klucht,

het is van Pierlala

een drollig ventje vol genucht

de vreugd van zijn papa

wat in zijn leven is geschied,

dat zult gij horen in dit lied:

't is al van Pierlala sa sa,

't is al van Pierlala.

Als hij nu was in't graf

den tijd van omtrent een half uur,

de vrienden gingen meer verblijd

als droef tezamen deur.

Hij schupte 't deksel van de kist,

en kroop eruit dat niemand 't wist.

Ik leef, zei Pierlala, sa sa,

Ik leef, zei Pierlala.

Wanneer Pierlala precies werd geboren is moeilijker te achterhalen. Het is in ieder geval ettelijke honderden jaren geleden want het lied van Pierlala werd voor het eerst opgetekend in 1672. Het lied had toen al een lange mondelinge overlevering achter de rug omdat men toen niet zo vlug alles opschreef. De volksfiguur waarop de legende van Pierlala gebaseerd is, moet dus dus een paar honder jaar eerder geleefd hebben.
Een bijkomende aanwijzing dat Pierlala voor 1500 moet gesitueerd worden is de aanwezigheid van een gelijkaardige figuur in de Duitse stad Stade, tussen Bremen en Hamburg. Daar vierde men ene Beurlala, Bierlala of Petermaenchen.
Zoals te Ursel op de Katerhoek had men er ook een houten figuurtje van deze Beurlala. Dit beeldje dat volgens een onderzoek honderden jaren oud is, vertoont een treffende gelijkenis met onze Urselse Pierlala-figuur: gelijkaardige kledij en de pijp in de hand.
Hoe deze Pierlala-Beurlala in Stade is terechtgekomen is niet echt geweten. Feit is dat deze figuur elders in Duitsland onbekend is. Een vaag vermoeden bestaat dat Vlamingen die uitweken omwille van de gevolgen van de onverdraagzaamheid tussen katholieken en protestanten hun Pierlala-figuur zouden meegenomen hebben naar Duitsland.
Anderen denken aan de mogelijkheid dat Pierlala veel vroeger in Stade is aanbeland samen met de werklieden die door de abdijen in de 14e eeuw naar Stade werden gehaald om te helpen bij de ontginning van de woeste heidegronden...

 

Enne...wie is die Pierlala ?

Net als zijn grote broer in Vlaanderen, Tijl Uilenspigel, is Pierlala een legendarische figuur. En zulke figuren hebben dit voor opgewone stervelingen: ze trotseren de tijd en sommigen schijnen nooit te sterven.
Alleszins, onze Pierlala en Tijl Uilenspiegel zijn beiden sterk in kluchten en poetsen bakken. Pierlala echter is minder politiek getint dan Tijl Uilenspiegel. " Jongen ", zei zijn moeder Blandine, " gij moet u niks aantrekken van al dat gekonkel ! Zie wat Uilenspiegel is overkomen door de politiek; gans zijn familie is uitgemoord !"
Pierlala trok zijn schouders op. Hij had wel bewondering voor die kranige Uilenspiegel, hield ook veel van zijn volk maar had niet hetzelfde vechterstemperament als Tijl. Moeilijke problemen en situaties wist hij altijd te omzeilen door een klucht of een kwinkslag en pijp en bierpot waren ook nooit ver weg...
Het eigenaardige van onze held is dat hij ziek kan worden en kan sterven zoals iedereen maar hij slaagt er telkens weer in om uit zijn kist te ontsnappen. Op de duur doet men geen moeite meer om hem met kist en al opnieuw in de grond te stoppen omdat hij er vroeg of laat toch weer komt uitgekropen.
Hij zou de zoon van een wagenmaker geweest zijn en opgegroeit tot een grote, taaie, magere jongeling. Volgens zijn moeder was hij een " deurjager " omdat hij zoveel at en dronk als hij maar kon en er toch niet vetter van werd.
In de volksmond was hij " mager en taai gelijk de wissen "
Buiten het feit dat er in Duitsland een Beurlala bestond, werd er verteld dat Pierlala allerminst een zittend gat had en door Noord-Frankrijk en Nederland zwierf. Maar hij vergat zijn geboortedorp nooit: meermaals kwam hij na een heropstanding uit zijn kist zomaar door de straten van Ursel aangewaaid zodat zijn geest hier altijd is blijven hangen.
Hij hing ook veel rond in het Gentse alwaar hij optrad als marktkramer of liedjeszanger, samen met Provencaalse troubadours. De Gentenaars, zegt men, erfden hun kritische ingesteldheid en specifieke humor van Pierlala....